Veel zelfstandige professionals en directeur-grootaandeelhouders gaan ervan uit dat een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en een btw-nummer voldoende zijn om als ondernemer voor de inkomstenbelasting te kwalificeren. Maar die veronderstelling is onjuist. Een recente uitspraak van het Gerechtshof Den Haag toont opnieuw aan dat de Nederlandse Belastingdienst een strikte toets hanteert om te bepalen of iemand daadwerkelijk een onderneming drijft voor de inkomstenbelasting (IB).
En die test bepaalt of je recht hebt op essentiële belastingvoordelen, zoals de aftrek voor zelfstandigen.
De Zaak: Beheervergoeding Is Geen Bedrijfswinst
In dit geval had een man, samen met twee partners, alle aandelen in een holdingmaatschappij met twee dochterondernemingen. Elk jaar factureerde hij een managementvergoeding van €48.000 aan de holdingmaatschappij en verklaarde deze inkomsten als bedrijfswinst.
Na een belastingaudit concludeerde de inspecteur dat dit onjuist was. Uit coulance werd het inkomen geclassificeerd als diverse inkomsten (ROW) in plaats van bedrijfswinst.
De rechtbank bevestigde die beoordeling.
Waarom de rechtbank IB Ondernemerschap heeft afgewezen
De rechtbank oordeelde dat de man niet voldeed aan de vereisten van Artikel 3.2 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, die omvatten:
het hebben van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid,
onafhankelijke deelname aan economisch verkeer,
ondernemersrisico dragen.
Een KvK-registratie, een btw-nummer en een beperkte administratieve opzet waren verre van voldoende.
Resultaat: geen bedrijf, geen zelfstandigenaftrek, geen andere IB-ondernemersfaciliteiten.
Geen Succesvolle Beroep op Vertrouwen of Gelijkheid
De belastingbetaler voerde aan dat eerdere belastingcontroles hem reden hadden gegeven om te vertrouwen op de veronderstelling van ondernemerschap. De rechtbank was het daar niet mee eens:
het auditrapport vermeldde expliciet dat correcties zouden volgen;
hij kon geen bewijs leveren van enige beloften van de Belastingdienst Groningen;
hij kon niet aantonen dat vergelijkbare gevallen gunstiger werden behandeld.
Zowel het principe van legitieme verwachting als het principe van gelijkheid werden verworpen.
Wat Dit Betekent voor DGA's en Freelancers
De uitspraak benadrukt een cruciaal onderscheid:
BTW-ondernemer ≠ Inkomstenbelastingondernemer
Voor DGA's die managementvergoedingen aan hun eigen bedrijven factureren, is dit punt bijzonder belangrijk. Zonder een aantoonbare echte bedrijfsstructuur en ondernemersrisico zal de Belastingdienst inkomsten snel classificeren als diverse inkomsten, zonder belastingvoordelen.
Conclusie
Een btw-nummer en een inschrijving bij de Kamer van Koophandel kwalificeren iemand niet automatisch als ondernemer voor de inkomstenbelasting. Iedereen die ondernemersaftrekken claimt, moet voldoen aan de strikte wettelijke vereisten. De Haagse rechtbank bevestigt dat de belastingautoriteiten het recht hebben om dit kritisch te beoordelen.