Elke kleine ondernemer kent dit moment: een tijdelijk contract loopt ten einde, de cijfers zijn krap, de werkdruk ongelijkmatig, en je weegt nog steeds af of iemand echt past. Ondertussen luistert de werknemer aandachtig, naar elke zin, elke nuance. Een recente uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden brengt die dagelijkse spanning scherp in beeld, en het is belangrijker dan je misschien denkt voor je cashflow, je risico-exposure en je administratieve gemoedsrust.
De zaak was oppervlakkig eenvoudig. Een senior werknemer met een contract van een jaar verwachtte een verlenging. Er waren positieve woorden, aanmoediging, zelfs gelach tijdens een voortgangsvergadering. Toen het contract niet werd verlengd, claimde de werknemer een “billijke vergoeding” op basis van het feit dat de werkgever effectief had beloofd dat het contract zou worden voortgezet. De lagere rechtbank stemde kortstondig in. Het hof van beroep deed dat niet.
Wat de rechters duidelijk maakten, is iets wat veel ondernemers intuïtief voelen maar niet altijd verwoorden: een tijdelijk contract eindigt automatisch. Een verlenging is niet automatisch, en aanmoediging is geen garantie. Zelfs zinnen als “Ik ben positief over verlenging” of “we beslissen snel” zijn niet bindend als ze duidelijk zijn gekoppeld aan prestaties en toekomstige beoordeling. Voor kleine werkgevers is dit belangrijk omdat een vage zin, uitgesproken te goeder trouw, snel kan veranderen in juridisch risico als verwachtingen verhard worden tot aannames.
De uitspraak behandelde ook twee kwesties die vaak kleine bedrijven zorgen baren. Ten eerste, prestaties. De rechtbank bevestigde dat werkgevers ruime discretie hebben bij het beoordelen of iemand "voldoende" functioneert voor voortzetting, veel breder dan in ontslagzaken. Ten tweede, discriminatie. Het vergelijken van de kosten van een senior werknemer met die van een junior collega is geen leeftijdsdiscriminatie als het echte probleem het taakniveau en de prijs-kwaliteitverhouding is. Dat onderscheid is cruciaal voor microbedrijven waar elk salaris zichzelf moet rechtvaardigen.
Er was één ongemakkelijk detail in de zaak: de werknemer nam gesprekken stiekem op. De rechtbank behandelde die opnames met voorzichtigheid en merkte de ongelijkheid op die ontstaat wanneer de ene partij het weet en de andere niet. Voor werkgevers is de les niet paranoia, maar consistentie. Wat je informeel zegt, moet overeenkomen met wat je later comfortabel zou vinden om op papier te zien.
Wat betekent dit in de praktijk? Het betekent de link tussen woorden en beslissingen aanscherpen. Als voortzetting afhankelijk is van ontwikkeling, zeg dat dan duidelijk en herhaal het. Zet het op papier, zelfs kort. Vermijd dat optimisme klinkt als zekerheid. En als je twijfels voelt, stel ze dan niet uit tot het laatste moment; stilte creëert meer risico dan duidelijkheid ooit zal doen.
Het goede nieuws is dat deze uitspraak kalme geruststelling biedt. Je wordt niet verwacht de toekomst te voorspellen of stabiliteit te beloven die je niet kunt garanderen. Je wordt verwacht redelijk, transparant en consistent te zijn. Kleine aanpassingen in hoe je communiceert over tijdelijke contracten kunnen het vertrouwen aan beide zijden beschermen en je bedrijf een kostbare omweg via de rechtbank besparen.
Uitspraak Nederlandse Rechtbank, 12 januari 2026 ECLI:NL:GHARL:2026:102


